filter op onderwerp

filter op regio

zoek naar:  

Nieuws

03feb
12
 Ons industrieel weefsel erodeert: dringend tijd voor doorbraken!

Onderstaand opiniestuk van Jo Libeer verscheen op 3 februari 2012 in De Tijd.

De onheilstijdingen van bedrijven die moeten ontslaan, nemen weer toe. Naarmate de recessie zich verder zet, riskeren we dit soort berichten nog meer te horen. Door de terugvallende vraag bouwen bedrijven immers hun capaciteit af en reduceren ze  hun kosten. Hun voornaamste bezorgdheid daarbij is overeind te blijven. Het nieuws van de dringende herstructurering bij Bekaert gisteren is daar een typevoorbeeld van. Maar Bekaert is geen geïsoleerd geval. Jammer genoeg kunnen we deze golf van ontslagen niet enkel verklaren door de groeivertraging. We zouden dan immers kunnen hopen dat alles vanzelf weer goed komt eens de economie weer aantrekt. Dit is echter niet zo. Los van slechte of goede conjunctuur lopen we de laatste tijd  investeringen van multinationals mis  en hebben Vlaamse bedrijven hier te weinig rendabele investeringsperspectieven


Er is met andere woorden iets structureel mis: ons industrieel weefsel erodeert langzaam maar zeker. Jaar na jaar blijven onze handicaps inbeuken op de veerkracht van onze industrie: ontspoorde loonkosten, oplopende energiefacturen, hogere fiscale lasten, onzekerheid over vergunningen, aanzwellende files,…  Onze bedrijven starten dus met een achterstand ten aanzien van de wereldwijd groeiende concurrentie en moeten daardoor de rol lossen. Sommigen zeggen dat dit een onvermijdelijke trend is en dat we ons daarbij moeten neerleggen. Zij dwalen:  je kan  een performante industrie  behouden en zelfs verder uitbouwen ondanks de globale concurrentiedruk.


Maar dan moet er iets gebeuren.


Is er dan sprake van schuldig verzuim vanwege de overheid om onze handicaps aan te pakken? De overheid is zich bewust van de problemen en onderneemt acties, maar we moeten vaststellen dat het bijna altijd ‘too little and too late’ is. De maatregelen om  onze handicaps diepgaand en duurzaam af te bouwen  zijn ontoereikend. Het beleid kan blijkbaar onvoldoende de weerstanden overwinnen om moedige, want moeilijke  maatschappelijke keuzes te maken. Nochtans is dit dringend nodig: niet alleen om onze industrie weer een perspectief te geven, maar ook omdat anders derden vroeg of laat die maatschappelijke keuzes zullen bepalen in onze plaats.


Is het te laat om het tij te keren? Neen,  maar daarvoor dient een grondige hervormingsagenda  opgesteld  die jaar na jaar rigoureus wordt  opgevolgd.
Op federaal niveau moet men  dringend de inflatie en de loonkosten  onder controle brengen  : de inflatie bedraagt 3,5%, waardoor de loonkost  ontspoort. Als men de BTW zou verhogen tijdens de begrotingscontrole, dan moet dit dus zeker geneutraliseerd worden in de index.


De voornaamste oorzaak van die oplopende inflatie ligt bij de energieprijzen: de distributietarieven moeten dalen in plaats van telkens toe te nemen en er moet ook eindelijk werk gemaakt worden van een effectieve concurrentie in de energieproductie. Aangezien zo’n grondige hervorming van de energiemarkt tijd zal vragen, is het aangewezen dat de regering intussen de loonkostenevolutie onder bedwang houdt om de onhoudbare loon-prijzenspiraal te doorbreken, zoniet riskeren nog veel meer jobs te sneuvelen.


Ondertussen heeft de Vlaamse regering met de Industrieraad Vlaanderen al het platform gecreëerd om die noodzakelijke agenda vast te leggen en de uitvoering ervan op te volgen. Het komt er nu op aan dat men focust op een beperkt aantal maatregelen die snel een significant verschil kunnen maken op het terrein. Zo is het evident dat  het systeem van groenestroomcertificaten grondig wordt herzien, zoniet riskeert die factuur op te lopen tot 1 miljard euro tegen 2020. Een factuur voor zowel de Vlaamse bedrijven als de consumenten. Vervolgens verdient de oplevering  van het reeds lang aangekondigde decreet voor de geïntegreerde milieu- en bouwvergunning absolute prioriteit zodat nieuwe investeringen sneller en eenvoudiger vergund kunnen worden.


Het wegnemen van deze competitieve handicaps is daarom wezenlijk voor het herstel van de economie. En die competitieve omgeving waarin ondernemingen werken  – laat dat duidelijk zijn – kan geen bijkomende lastenverhoging verdragen. Dergelijke ingreep tijdens de komende begrotingscontrole zou immers  een vernietigend effect hebben op het reeds geplaagde economische weefsel.


Met zijn allen moeten wij beseffen dat de uitweg uit deze crisis, van de ondernemingen zal komen. Dit bewustzijn moet ons ervan weerhouden in de eigen voet te schieten.

 

Auteur : Jo Libeer

terug